Follow Us on Twitter Be our fan on Facebook

Uitnodigers aan de poorten van het Hellevuur

Geschreven door Shaych Saalih bin Fawzaan Al-Fawzaan

De eminente geleerde Saalih bin Fawzaan Al-Fawzaan werd gevraagd in al-Moentaqaa (1/320):

“Waarlijk, er zijn velen die zich in deze dagen toeschrijven aan de da'wah die de erkenning willen van de gerespecteerde mensen van kennis, zij die de verantwoordelijkheid op zich hebben, om de oemmah en de jeugd ervan te leiden naar de ware methodiek en de juiste weg. Dus wie zijn de geleerden die u de jeugd adviseert om daarvan kennis te nemen en hun lessen en geluidsopnamen te volgen, om daarvan kennis te nemen en naar terug te keren in belangrijke zaken, nieuwe zaken en tijden van fitan (beproevingen, rampspoeden, chaos)?”

En Shaych Saalih bin Fawzaan al-Fawzaan antwoordde:

“Da'wah (uitnodiging) naar Allaah is een zaak die noodzakelijk is. En de religie werd slechts gevestigd door middel van da'wah en djihaad ná profijtvolle kennis.

Behalve degenen die geloven, rechtgeaarde handelingen verrichten, elkaar aansporen tot waarheid en elkaar aansporen met geduld. (Soeraah Al-’Asr 103:3)

Dus iemaan (geloofsovertuiging) betekent kennis hebben van Allaah, de Glorierijke en Verhevene, Zijn Namen en Eigenschappen en de aanbidding van Hem. En rechtgeaarde handelingen zijn een aftakking van de profijtvolle kennis, omdat handelingen zonder twijfel, gebaseerd moeten zijn op kennis.

Het uitnodigen naar Allaah, het aansporen tot het goede en het geven van oprecht advies aan de moslims, is een vereiste zaak. Echter, niet iedereen is in staat om deze taken uit te voeren. Deze zaken kunnen niet uitgevoerd worden behalve door de mensen van kennis, en de mensen van volwassen inzicht, het zijn immers belangrijke en zware taken, zij kunnen niet uitgevoerd worden behalve door degenen die volledig in staat zijn om ze uit te voeren. En het probleem vandaag de dag is dat de deur van de da'wah een grote openstaande deur is geworden, iedereen betreedt het en schrijft zichzelf toe aan de uitnodiging. Waarlijk, hij kan een onwetende zijn, die niet in staat is om da'wah te doen, waardoor hij meer kwaad dan goed doet. Waarlijk, hij kan ook (emotioneel) overactief zijn, waardoor hij de zaken met haast en achteloosheid bekijkt. Op deze manier produceert hij handelingen, die meer kwaad veroorzaken dan dat zij genezen of hetgeen dat hij wilde corrigeren. Sterker nog, hij kan van degenen zijn die zich toeschrijven tot de uitnodiging, maar dat zij desondanks doelstellingen en begeertes hebben waar zij naar uitnodigen, en die zij proberen te bewerkstelligen ten koste van de da'wah en de eer van de religie. En wellicht is de bedoeling hiervan khilaaf (geschil) (te veroorzaken), om zo de jeugd te doen afdwalen en hen weg te houden van hun gemeenschappen, leiders en geleerden. (Terwijl) zij ogenschijnlijk naar hen toe komen ter advisering en voor da’wah, zoals dat het geval is bij de hypocrieten van deze oemmah. Ze zijn degenen die het slechte willen, maar ze tonen een beeld van goedheid.

Ik zal een voorbeeld geven hiervan dat betrekking heeft op Masdjiedoed-Dieraar (de Moskee van Kwaadstichterij). Zij (de hypocrieten) bouwden een moskee en zij deden het uiterlijk lijken als een rechtgeaarde handeling. Toen vroegen ze aan de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) om daarin te bidden, om daarmee de mensen aan te moedigen en het goed te keuren. Maar Allaah wist vanuit de intenties van de bewoners dat zij daarmee slechts de moslims schade wilden berokkenen. Zij wilden de Qoebaa-moskee schade berokkenen, de eerste moskee, dat gebouwd was op taqwa (Godsvrees). En zij wilden de gemeenschap van de Moslims opsplitsen. Dus Allaah verduidelijkte het plan van deze mensen aan zijn Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) en Hij openbaarde Zijn Uitspraak:

En wat betreft degenen die een moskee opgezet hebben door middel van kwaad en ongeloof en om de gelovigen te doen opsplitsen en als een seinpaal voor diegenen die tevoren oorlog voerden tegen Allaah en Zijn Boodschapper, zij zullen zeker zweren dat hun bedoeling slechts het goede was. Allaah getuigt dat zij zeker leugenaars zijn. Sta dus nooit daarin (die moskee). Waarlijk, de moskee waarvan de fundering vanaf de eerste dag gevestigd was op vroomheid, verdient het meer dat jij daarin staat. Daarin bevinden zich mannen die ervan houden om zich te reinigen. En Allaah houdt van degenen die zich reinigen. (Soeraah At-Tauwbah 9:107-108)

Uit dit geweldige verhaal wordt het voor ons duidelijk dat alles dat ogenschijnlijk goede en rechtgeaarde handelingen vertoont, waarheidsgetrouw kan zijn in wat het doet. Desondanks, wordt soms met hetgeen dat gedaan wordt, het tegenovergestelde bedoelt van hetgeen dat aan de buitenkant zichtbaar is. Dus degenen die zich vandaag de dag toeschrijven tot de da'wah, onder hen bevinden zich bedriegers, die de jeugd willen misleiden, en de mensen af laten dwalen van de ware religie, en het opsplitsen van de verenigde gemeenschap van de moslims en het af laten dwalen in ramspoed. En Allaah de Glorierijke en Verhevene heeft ons voor dergelijke individuen gewaarschuwd.

Zouden zij (de huichelaars) met jou meegegaan zijn, dan zouden zij niets anders dan chaos aan jou toegevoegd hebben, en zij zouden zich gehaast hebben in jullie midden (om corruptie te zaaien) en opsplitsing te veroorzaken, en er zijn onder jullie sommigen die naar hen geluisterd zouden hebben. En Allaah is de Alwetende met betrekking tot de overtreders. (Soeraah At-Tauwbah 9:47)

Dus de aandacht dient niet te worden gevestigd op de toeschrijving, noch aan datgene wat zichtbaar wordt van die individuen. Echter, aandacht en nadere beschouwing dienen te worden gegeven aan de realiteit en de eindresultaten van de zaken.

En de individuen die zich toeschrijven tot de da'wah, het is verplicht om hen te beschouwen: Waar hebben zij gestudeerd? Van wie hebben ze hun kennis genomen? Waar komen zij vandaan? Wat is hun ‘aqiedah (geloofsovertuiging), en hun invloed en effect op de mensen moet beschouwd worden. Wat hebben zij gedaan dat resulteerde in goedheid? En welke van hun handelingen bracht daadwerkelijk correctie met zich mee? Het is verplicht om hun toestanden te bestuderen, voordat we door hun verklaringen en uiterlijke verschijningen bedrogen worden. Er is geen twijfel aan deze zaak, vooral in deze tijd die veel rampspoeden en chaos kent. En werkelijk, de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) beschreef de uitnodigers van rampspoeden en chaos door te zeggen dat zij een volk van onze huid zijn en zij met onze tong spreken.

Toen de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) werd gevraagd naar de fitan (beproevingen, ramspoed, chaos), zei hij:


Zij zullen uitnodigers aan de poorten van het Hellevuur zijn. Wie hun uitnodiging accepteert, zal erin geworpen worden.”

Dus hij noemde ze uitnodigers! Dus het is aan ons om hier aandacht aan te besteden. En we moeten niet iedereen en hun vrienden voor de uitnodiging verzamelen, noch iedereen die zegt: “Ik nodig uit naar Allaah!” Dus het is noodzakelijk om in de realiteit van zaken te kijken, en het is noodzakelijk om in de realiteit van de individuen en groeperingen te kijken. Dus Allaah, de Glorierijke en Verhevene, beperkte de uitnodiging naar Allaah door uit te nodigen naar de Weg van Allaah. Allaah, de Meest Verhevene, zegt:

Zeg: Dit is mijn weg, ik nodig uit naar Allaah. (Soeraah Yoessoef 12:108)

Dit bewijst dat er mensen zijn die naar iets anders uitnodigen dan Allaah, en Allaah de Verhevene heeft ons geïnformeerd dat de ongelovigen uitnodigen naar het Vuur. Hij zegt:

En huw de afgodendienaressen niet, totdat zij geloven. En een slavenvrouw die gelooft is beter dan een (vrije) afgodendienares, ondanks dat zij u behaagt. En huw uw dochters niet met afgodendienaren, totdat zij geloven. En voorzeker een gelovende slaaf is beter dan een vrije afgodendienaar, ondanks dat hij u behaagt. Deze afgodendienaren nodigen u uit naar het Vuur, maar Allaah nodigt u uit naar het Paradijs en vergeving met Zijn toestemming. (Soeraah Al-Baqarah 2:221)

Dus het is noodzakelijk om de zaken van de uitnodigers te beschouwen. Shaychoel-Islaam Mohammed bin ‘Abdoel-Wahhaab (1206 N.H.) (rahiemahoellaah), zegt over deze Aayah:

Zeg: Dit is mijn weg, ik nodig uit naar Allaah. (Soeraah Yoessoef 12:108)

“Dit bevat dus oprechtheid en zuiverheid van intentie. Dus velen van de mensen nodigen slechts uit naar zichzelf, en zij nodigen niet uit naar Allaah, de Machtige en Majesteitelijke.””[1]

Einde van Shaych Saalih al-Fawzaan’s woorden.

En de eminente Shaych Saalih al-Fawzaan werd gevraagd:

“En wat zijn de eigenschappen van de geleerden die gevolgd moeten worden?”

Daarop antwoordde de shaych:

“De eigenschappen van de geleerden die gevolgd moeten worden zijn de mensen van kennis van Allaah, de Glorierijke en Verhevene. Degenen die begrip en inzicht hebben verkregen van het Boek van Allaah en de Soennah van zijn Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) en profijtvolle kennis hebben opgedaan en ook rechtgeaarde handelingen verrichten. Dat betekent dat degenen die gevolgd dienen te worden, degenen zijn die beide zaken in zich hebben gecombineerd: profijtvolle kennis en rechtgeaarde handelingen. Dus de geleerde die niet handelt naar zijn kennis moet niet gevolgd worden. En de onwetende die geen kennis heeft, moet ook niet gevolgd worden. Men moet slechts diegene volgen die beide zaken in zich heeft gecombineerd: profijtvolle kennis en rechtgeaarde handelingen. Wat betreft diegenen die gevolgd moeten worden in ons land (i.e. Saoedi-Arabië) van wie hun cassettebandjes en lessen worden opgenomen, zijn veeltallig, en aan Allaah behoort alle Lof en Dank. Ze zijn bekend bij de mensen, iedereen kent ze, of het nu de stadsbewoner is, of de bedoeïen, of de ouderen of de jongeren. Zij kennen de mensen van kennis, van wie naar uitspraken wordt gerefereerd, en naar hun voorbeeld gehandeld wordt. Zij zijn degenen die bevoegd zijn in de oemmah om fataawah uit te vaardigen en qadhaa (gerechtelijke oordelen) en onderricht en andere zaken. Degenen van wie de kennis bekend is en zij bekend staan om betrouwbaarheid en toewijding.

En aan het hoofd van onze geleerden staat de eminente Shaych ‘Abdel-‘Aziez bin Baaz (salallaahoe 'alayhie was sallem). Hij is een man, die Allaah heeft begunstigd met diepgegronde kennis en vrome handelingen, en met het uitnodigen naar Allaah, en ichlaas (oprechtheid, zuiverheid van intentie) en sidq (waarheidsgetrouwheid), wat niet onbekend is bij iedereen. Van hem, en alle Lof en Dank komen toe aan Allaah, is veel goeds afkomstig zoals boeken, folders, cassettebandjes, lessen. Zo ook de geleerden die fataawah uitvaardigen in het radioprogramma ‘Noeroen ‘allaa ad-Darb’. Zij, en alle Lof en Dank komen toe aan Allaah, de oemmah is bevredigend gesteld met hun fataawah en profijtvolle uitspraken, zoals de eminente Shaych ‘Abdoel-‘Aziez bin Baaz, de eminente Shaych Mohammed bin Saalih Al-‘Othaymien, de eminente geleerden, de rechters in rechtspraak en justitie. Zij houden zich immers niet bezig met gerechtelijke oordelen, waarmee zij de mensen kwaad berokkenen in hun familiebanden, eigendommen en huwelijksovereenkomsten. Zij doen pas uitspraak, behalve, nadat zij passende kennis erover hebben ingewonnen. De rechters zijn de mensen die betrouwbaar worden geacht, omdat de Walie oel-Amr (regeringsleider) hen vertrouwt. En ook de oemmah vertrouwt hen in deze zaken. Zo ook zijn de geleerden die wedijver hebben, en voet hebben in de da'wah, zoals de eminente Shaych ‘Abdoel-Mohsin Al-‘Abbaad, de eminente Shaych Rabie’ bin Haadie (Al-Madkhalie), en zo ook de edele Shaych Saalih As-Soehaymie, en zo ook de eminente Shaych (Mohammed) Ammaan Al-Djaamie. Zij hebben grote inspanningen in het verrichten van da'wah, het hebben van ichlaas (oprechte en zuivere intentie), en weerleggingen van degenen die een afdwaling van het juiste spoor trachten te bewerkstelligen in de da'wah. Zij hebben immers ervaring, informatie en geduld met gepraat (van mensen), en kennis van het juiste en het slechte. Het is dus verplicht om hun lessen en cassettebandjes te verspreiden en dat men er profijt uit doet. En elke geleerde die niet bemerkt wordt op fouten in zijn bewandelen (van de methodiek) en gedachtegang, van hem dient dan kennis te worden genomen.”

En de eminente Shaych Saalih al-Fawzaan werd gevraagd:

“Wat is het oordeel van de aanwezigheid van deze sektes: de Tabliegh[2], de Ichwaan[3] en andere dan hen in de verschillende Moslimlanden?”

Dus antwoordde zijne eminentie:

“Het is verplicht voor ons om deze djamaa’aat niet te accepteren, die nieuw verschenen zijn, omdat ze ons willen laten afdwalen en ons willen laten afsplitsen. Ze maken van deze een Tablieghie, en van deze een Ichwaanie en deze zo en zo. Waarom deze verdeeldheid? Dit is ongeloof in de gunst van Allaah, de Glorierijke en Verhevene. Wij zitten slechts op één djamaa'ah (verenigde gemeenschap), op eenheid en duidelijkheid betreffende onze zaak. Waarom zouden we datgene wat beter is verruilen voor iets dat minder is? Waarom zouden we ons verlagen van wat Allaah de Glorierijke en Verhevene ons mee geëerd heeft van eensgezindheid, harmonie en de juiste weg en vervolgens overgaan naar verschillende djamaa’aat, die ons verdelen, onze eenheid laten vergaan en haat onder ons doen zaaien? Dit is niet toegestaan, nooit!”

En de edele Shaych Saalih bin Fawzaan al-Fawzaan werd gevraagd:

“Wat is Djamaa’at at-Tabliegh? En wat is de Manhadj die zij bewandelt? En is het toegestaan om zich erbij aan te sluiten en mee te gaan met haar leden – zoals zij zeggen – voor de uitnodiging? En hoe zit het als zij gestudeerd hebben en mensen zijn van een juiste ‘aqiedah zoals de jeugd van dit land bijvoorbeeld?”

Daarop antwoordde zijne eminentie:

“Het basisprincipe dat gevolgd moet worden is dat het verplicht is om de djamaa’ah te volgen (verenigde gemeenschap van moslims), en zich erbij aan te sluiten, het te bewandelen en het uit te voeren. Dat is de djamaa'ah dat hetgeen bewandelt waar de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) en zijn Metgezellen op zaten. Wat hetgeen betreft dat hieraan tegenstrijdig is, dan is het noodzakelijk om zich hiervan vrij te verklaren. Ja, het is verplicht voor ons allen om hen uit te nodigen naar Allaah, hun fouten aan hen te verduidelijken en hen uit te nodigen naar het Boek van Allaah en de Soennah van Zijn Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) en datgene waarop de Selefoes-Saalih op zaten. Dat is immers verplicht voor ons. Maar om ons bij hen aan te sluiten, en met hen mee te gaan, en in hun voetstappen te treden, terwijl we weten dat zij zich op een onjuist pad bevinden, dan is dit niet toegestaan. Dit betekent immers wallaa (loyaliteit) aan iets anders dan de djamaa'ah dat vasthoudt aan hetgeen waar de Boodschapper (salallaahoe 'alayhie was sallem) en zijn Metgezellen zich aan vasthielden.”

Bron: "Doe'aat 'allaa Abwaabie Djahannam" door Shaych Saalih Al-Fawzaan met enkele toevoegingen. Het boekje werd uitgegeven door Maktabat Al-Forqaan in de VAE.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Live duroos